Klik hier om naar het gastenboek te gaan

Home Nieuws Gastenboek Oorzaken Diagnose Fibromyalgie Score Risicofactoren Fibromyalgie Symptomen Fibromyalgie Behandeling Fibromyalgie & Medicatie Fibromyalgie & Voeding Fibromyalgie & Vitaminen ME/CVS 10 dingen.... Tips
Radboudumc onderzoek...

Het Radboudumc in Nijmegen gaat een groot nationaal onderzoek doen naar de pijngevoeligheid van Nederlanders. Dat moet leiden tot betere behandelingen voor mensen die voortdurend pijn hebben, maakte het academisch ziekenhuis woensdag bekend.

Een vitamine D-tekor...

Vitamine D is een vetoplosbare vitamine welke onder invloed van zonlicht kan worden aangemaakt in de huid. Alleen in de periode mei tot en met oktober is de zon krachtig genoeg om te zorgen voor een adequate vitamine D aanmaak. Enkele voedingsmiddelen leveren daarnaast ook vitamine D, helaas is het vrijwel onmogelijk om voldoende vitamine D uit deze voedingsmiddelen te halen. Om die reden zijn we voor een goede vitamine D voorziening afhankelijk van vitamine D uit voedingssupplementen.

Afweersysteem darmen...

Het afweersysteem in de darmen kan een stof aanmaken die ervoor zorgt dat miljarden bacteriën die in het orgaan leven getolereerd worden. De stof komt onder andere vrij bij de afbraak van het aminozuur 'tryptofaan', dat zit in vlees, bananen, brood en kaas. Dit ondervonden onderzoekers van de afdeling Maag-, Lever- en Darmziekten van het Erasmus MC.

Naar boven

Untitled Document
Alternatieven voor pijnbestrijding

Chronische pijn kan je leven verwoesten. De pijn heet chronisch als hij meer dan zes maanden aanhoudt. Wereldwijd hebben miljoenen mensen er last van. Volgens een groot NIPO onderzoek waren dat er in 2000 in Nederland al zo’n 800.000 en dit aantal is blijven stijgen. In Engeland noemt men momenteel het cijfer van 8 miljoen. Volgens de inspecteur voor de volksgezondheid aldaar, Sir Liam Donaldson, komt het inmiddels twee- tot driemaal zo vaak voor als veertig jaar geleden. In één op de drie Britse huishoudens lijdt een gezinslid aan chronische pijn.

In tegenstelling tot acute pijn, die ons waarschuwt voor een reëel of mogelijk gevaar, heeft chronische pijn deze signaalfunctie niet. Toch is de invloed op iemands leven heel ingrijpend. 65 Procent van alle patiënten lijdt aan slaapstoornissen en bijna 50 procent heeft problemen bij het lopen, sociale activiteiten, autorijden of in hun seksleven. Geen wonder dat de helft ook lijdt aan depressies. Sommigen zien zelfs zelfmoord als enige uitweg.
Maar het hoeft niet zo te gaan. Het bewijs groeit dat de oorzaak van chronische pijn simpelweg kan liggen in een voedingstekort of een ander verstoord evenwicht in het lichaam. Een ‘holistische’ benadering, met een andere kijk op pijn, zou wel eens een oplossing kunnen bieden.
 
Reguliere behandeling van pijn
Chronische pijn kan verschillende oorzaken hebben, maar soms is er geen aanwijsbare oorzaak. Toch is het antwoord van de geneeskunde doorgaans hetzelfde: het voorschrijven van pijnstillers.
Paracetamol (acetaminofen) moet de pijn bestrijden door het pijnsignaal van de zenuwen te onderbreken of te onderdrukken. Opioïden daarentegen – die afkomstig zijn van opium en veel sterker zijn – grijpen in op de manier waarop pijn wordt doorgegeven in de hersenen en het ruggenmerg, om zo het pijngevoel te verminderen. NSAID’s (niet-steroïdale anti-inflammatoire medicijnen) hebben hun werking te danken aan hun ontstekingsremmende eigenschappen.

Maar terwijl deze middelen in theorie goed zouden moeten helpen schieten ze in de praktijk vaak tekort. Volgens een onderzoek in Britse verpleeghuizen hadden de meeste bewoners voortdurend of vaak, matige tot ernstige pijn, zo bleek uit het jaarlijkse rapport van sir Liam Donaldson. Desondanks slikte 99 procent van hen pijnmedicatie. Ander onderzoek onder chronische pijnpatiënten van alle leeftijden wees uit dat bij eenderde de pijnstilling onvoldoende was en bij tweederde helemaal niet hielp.

Opioïden zoals morfine, oxycodon, buprenorfine en fentanyl hebben lang het imago van het ultieme geneesmiddel gehad, maar ook die bleken vaak niet te werken. In een overzichtsonderzoek van 15 verkennende studies naar het gebruik van opioïden voor chronische niet-kwaadaardige pijn (chronic nonmalignant pain – CNMP), bleek de gemiddelde pijnreductie slechts ongeveer 30 procent; bovendien was de uitval na twee jaar 56 procent. Slechts bij drie van de acht studies naar functionele gevolgen van pijn (zoals niet kunnen werken) gaf het gebruik van dit soort medicatie enige verbetering1.
 
Ook een aantal andere onderzoeken naar opioïden bij chronische pijn leverde maar mondjesmaat bewijs voor de werkzaamheid. En hoewel het voorschrijven al jaren blijft toenemen zijn de cijfers voor het optreden van chronische pijn nog steeds even hoog.

In Denemarken bijvoorbeeld is het gebruik van opioïden voor CNMP sinds de laatste twintig jaar met meer dan 600 procent toegenomen. Toch klaagde 90 procent van de gebruikers in een landelijk onderzoek nog steeds over matige tot ernstige pijn; bij niet-gebruikers was dat 46 procent2.

Niet alleen zijn de gangbare pijnstillers doorgaans helaas niet effectief, ze gaan ook nog eens gepaard met een reeks bijwerkingen (zie kader). Het mag duidelijk zijn: de oplossing voor pijn zit niet in het slikken van pijnstillers.
Het goede nieuws is dat het falen van moderne medicijnen wel geleid heeft tot onderzoek naar alternatieve methoden van pijnbestrijding. En er blijkt een heel scala aan niet-medicamenteuze middelen te bestaan die hoop bieden.
  
Vitamine D

Er wordt steeds meer bewijs gevonden dat zoiets simpels als vitamine D zou kunnen helpen.
Het Engelse Institute of Child Health stuitte in een onderzoek onder ongeveer 7000 volwassenen op een relatie tussen een laag vitamine D gehalte en chronische uitgebreide pijn (chronic wide-spread pain – CWP). Voor mannen was de uitkomst niet significant maar bij vrouwen bleek deze pijn te variëren met de vitamine D concentratie. Bij ’een gehalte van 75-99 nmol/L (wat als noodzakelijk geldt voor gezonde botten) was het percentage CWP iets meer dan 8 procent. Onder vrouwen met een gehalte lager dan 25 nmol/L was het percentage CWP bijna tweemaal zo hoog, namelijk 14,4 procent3.

Een Amerikaans onderzoek gaf afgelopen jaar soortgelijke resultaten te zien. Onderzoekers van de Mayo Clinic vonden een verband tussen een gebrek aan vitamine D en de hoeveelheid opioïden die patiënten met chronische pijn gebruikten. Onvoldoende vitamine D ging samen met tot tweemaal meer medicatie dan wanneer het vitamine D gehalte wel voldoende was. Bovendien waren bij opioïdgebruikers met een laag vitamine D gehalte het algeheel lichamelijk functioneren en de gezondheidsbeleving slechter4. 

Hoewel de genoemde twee studies niet als bewijs kunnen gelden voor de stelling dat een tekort aan vitamine D chronische pijn veroorzaakt, draagt de uitkomst wel bij aan het groeiend besef van het belang hiervan voor de pijnbestrijding. Vitamine D tekort zou de oorzaak kunnen zijn van een reeks aandoeningen waaronder pijn aan botten en gewrichten, spieren, fibromyalgie, reuma en osteoartritis, zo komt uit een uitgebreide analyse van het onderzoek tot dusver naar voren5.
 
Veel van dit onderzoek betrof pijn van het bewegingsapparaat (spier- en botpijn). Dr. Stewart Leavitt stuitte op 22 klinische studies naar het vitamine D gehalte bij patiënten met dit soort pijn en vond bij 70 procent van hen een tekort.

Het innemen van extra vitamine kan de pijn drastisch verbeteren. Bij 324 vrouwen met chronische rugpijn verlichtte vitamine D de symptomen met 95 procent en in de zwaarste gevallen zelfs met 100 procent6.
Een tekort leidt volgens Leavitt namelijk tot hypocalciëmie – een lage calciumspiegel in het bloed. Met als gevolg een opeenvolging van biochemische reacties met een negatieve invloed op het botmetabolisme en de gezondheid. Een daarvan is stijging van het bijschildklierhormoon (parathyroïdaal hormoon – PTH) wat de mineralisatie van het bot belemmert en een sponsachtige botstructuur tot gevolg heeft. Deze broze botstructuur neemt vloeistof op. Dit geeft vervolgens pijn vanwege een verhoogde druk op de omliggende weefsels (die rijk voorzien zijn van pijnzenuwen). Ook op een andere manier draagt vitamine D gebrek bij aan pijn. Uit het rapport van dr. Leavitt blijkt dat deze vitamine tevens een rol speelt bij meer algemene pijnsyndromen, waaronder neuropathie, migraine en autoimmuun-ontstekingsziekten zoals colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn.
Wat het achterliggende mechanisme ook mag zijn, alle uitkomsten wijzen op een sleutelrol voor vitamine D bij de beheersing van chronische pijn (zie kader 2).
 
Mind/body technieken
Onze geest speelt een grote rol bij de beleving van pijn. Dit was bijvoorbeeld duidelijk te zien bij observatie van soldaten tijdens de tweede wereldoorlog. Sommige ernstig gewonde soldaten hadden minder morfine nodig dan andere. De beleving van de ernst van de verwonding en hoeveel impact die zou hebben op hun leven bleek doorslaggevend. Voor de een betekende een verwonding dat hij terug mocht naar huis en de oorlog zou kunnen overleven. Een ander zag vooral de zware operatie, een lager inkomen, minder bezigheden en andere negatieve gevolgen7. 

Tegenwoordig is het algemeen geaccepteerd dat bij behandeling van chronische pijn de emotionele reactie daarop even maatgevend is als de pijnervaring zelf. Therapieën die focussen op deze nauwe relatie tussen lichaam en geest blijken het meest effectief.

Hypnose is zo’n therapie. Daarbij tracht men instructies of suggesties door te geven die moeten leiden tot verandering van subjectieve beleving, waarneming, gevoel, emotie, gedachten en gedrag. Door hypnose kunnen chronische pijnpatiënten de intensiteit van de pijn onder controle krijgen, , de pijn en de bijbehorende emoties leren hanteren en goede manieren leren vinden om ermee om te gaan. Op die manier zijn ze betrokken bij hun behandeling8.

Uit reviews – ook wel meta-analyses genoemd omdat ze alle onderzoeksuitkomsten tezamen bestuderen – blijkt dat hypnose effectief is bij chronische pijn. Combineerde men 18 studies naar kunstmatig opgewekte en bestaande pijn, dan gaf hypnose in 75 procent van de gevallen een beter resultaat dan toepassing van de gebruikelijke therapie of helemaal geen behandeling 9.

In een andere meta-analyse werd gekeken naar het effect van hypnose op hoofdpijn, lagerugpijn, kaakgewrichtspijn, pijn door kanker of sikkelcelanemie of veroorzaakt door fibromyalgie, osteoartritis en handicap. De conclusie was dat hypnotherapie meer pijnreductie gaf dan standaardbehandeling of geen behandeling. De schrijvers kwamen tot de conclusie dat ‘.... hypnotherapie tot significante vermindering van chronische pijnervaring leidt en dat dit effect minimaal een aantal maanden maar mogelijk nog langer kan aanhouden’10.
Een groot voordeel is dat het een zachtaardige behandeling is, maar toch effectief, en dat het risico op negatieve bijwerkingen klein is. Het aantal positieve ‘bijwerkingen’ is juist groot: een sterker gevoel van pijncontrole, meer algeheel welbevinden en minder spanning, stress en angst9.

Nog een lichaam-en-geest techniek waar goede ervaringen mee zijn opgedaan is biofeedback. Daarbij tracht men lichaamssensaties bewust op te merken en tegelijkertijd te ‘sturen’. Daardoor leert men zijn lichaamsfuncties te beïnvloeden. Het is gebleken dat biofeedback bruikbaar is bij een scala aan chronische pijnproblemen waaronder migraine en spanningshoofdpijn, pijn die samenhangt met spiergebruik van mond en gezicht (orofaciaal), lagerugpijn, fantoompijn van de ledematen en fibromyalgie.

De techniek laat de patiënt eerst de eigen, pijnlijke lichaamsdisfunctie vaststellen, daarna ontdekken wanneer de pijn optreedt en op welke manier de disfunctie dan positief beïnvloed kan worden. Door zich te richten op de wortel van het kwaad is biofeedback vaak effectiever dan de gangbare pijnbehandelingen10.
 
Er zijn nog meer doeltreffende technieken die lichaam en geest integreren. Yoga bijvoorbeeld en ‘mindfulness’-meditatie zijn buitengewoon succesvol bij chronische lagerugpijn11,12, terwijl ‘visualisatie’ (‘geleide verbeelding’ – waarbij men het gewenste lichamelijke resultaat in het hoofd probeert te verbeelden) veelbelovend lijkt om de pijn te verlichten bij osteoartritis en fibromyalgie13,14.
 
Energietherapieen

Behalve deze spirituele technieken is er nog een andere medicatie-vrije pijntherapie. Dat is de zogenaamde energietherapie. Volgens het Amerikaanse nationaal centrum voor complementaire en alternatieve geneeskunde (US National Center for Complementary and Alternative Medicine - NCCAM) bestaan er twee typen therapie‘n. Het eerste is gebaseerd op bio-elektromagnetisme en richt zich op elektromagnetische velden (electromagnetic fields - EMF's) zoals pulserende velden, magnetische velden en wisselstroom/gelijkstroom-velden. Het tweede type zijn bioveldtherapie‘n die bedoeld zijn om het energieveld dat zich in en rond de mens zou bevinden te be•nvloeden10.
Beide typen hebben hun nut bewezen bij chronische pijn maar het meest populair is een van het eerstgenoemde type: transcutane elektrische zenuwstimulatie (transcutaneous electrical nerve stimulation oftewel TENS). Daarbij krijgt het lichaam elektrische stroomstootjes door middel van elektroden op of vlakbij de plaats van de pijn. TENS richt zich dus niet op de oorzaak van de pijn maar het tintelende gevoel dat dit geeft vermindert de pijnsensatie. Meerdere studies hebben laten zien dat het werkt bij veel aandoeningen van het bewegingsapparaat, van rug- en nekpijn tot hardnekkige postoperatieve pijn15,16.

Voor patienten met chronische pijn lijken de volgende bio-elektromagnetische therapieen het meest veelbelovend: de gepulseerde elektromagnetische veldgenerators (pulsed electromagnetic fields - PEMF) en de elektrostimulatie van de schedel (cranial electrotherapy stimulation - CES, ook wel schedelacupunctuur genoemd).
PEMF generators - waaronder draagbare zwakstroomapparaten die permanent kunnen worden gedragen en gebruikt maar ook machines met sterkstroom die een paar maal per dag moeten worden gebruikt - kunnen helpen bij osteoartritis en zouden chronische migraine met 80 procent verminderen9.

CES, dat werkt via zwakstroomelektroden op het huidoppervlak (meestal de oren), is effectiever gebleken dan placebo bij het bestrijden van de pijn bij fibromyalgie en ruggengraatletsel17,18.
De werking van deze elektrische therapie‘n is tot op heden niet duidelijk. PEMF generatoren schijnen de bloedstroom naar de plek van behandeling te vergroten. CES zou veranderingen veroorzaken in bepaalde chemische hersenstoffen, zoals serotonine en noradrenaline. Beide mechanismen blijken een positieve invloed te hebben op pijn10.

Van de bioveldtherapie‘n - het tweede type energetische behandeling - is acupunctuur het meest grondig bestudeerd. Zoals ook voor andere bioveldbenaderingen geldt, is deze traditionele Chinese medische techniek gebaseerd op het concept dat bij alle levende wezens, inclusief mensen, een vitale subtiele energie (qi) door het lichaam circuleert en dat elke verstoring van die energie tot ziekte leidt. Acupunctuur behandelt pijn en andere aandoeningen door de kwaliteit, de balans en de stroming van die energie in het lichaam te versterken.
Acupunctuur lijkt vooral bij rugpijn te helpen. In een meta-analyse van 33 gerandomiseerde gecontroleerde trials (klinische onderzoeken) bleek acupunctuur beter dan placebo bij het verlichten van chronische lagerugpijn. Een tekortkoming is dat de studie alleen naar kortetermijnresultaten keek19. 

Meer recent onderzoek wijst erop dat deze techniek ook helpt bij schouderpijn, hoofdpijn, kaakgewrichtspijn, fibromyalgie, osteoartritis van de knie, tennis- en golferselleboog en nog meer vormen van pijn20,21. In elk geval is meer onderzoek nodig om te bepalen of het pijnstillende effect van acupunctuur op den duur aanhoudt22.
Ook andere bioveldtherapie‘n zoals Qigong, Reiki en Therapeutic Touch (TT) worden gebruikt bij pijn. Qigong lijkt voor dit doel het meest geschikt. In n onderzoek bleek dit werkzaam bij 2-3 van de 5 proefpersonen met chronische pijn, wat inhoudt dat het 'mogelijk tot waarschijnlijk' effect heeft9.

Qigong is net als yoga een traditionele techniek om de qi stroom in het lichaam te stimuleren door middel van een combinatie van beweging, meditatie en ademhaling. Door een positieve invloed op de psychologische kant van de pijn en het bevorderen van de activiteit van melatonine en immuunsysteem blijkt Qigong te helpen bij pijn, in elk geval bij jonge mensen. Maar ook in een onderzoek onder 94 ouderen bleken degenen die deze therapie volgden minder pijn (en minder angst, depressie en vermoeidheid) te ervaren dan bij placebo23.
 
In een systematische beoordeling van alle gerandomiseerde klinische onderzoeken naar Qigong therapie bij chronische pijn (tot januari 2007) scoorde Qigong beter dan de controletherapie‘n. Uit meta-analyse van twee onderzoeken bleek ook een betere score voor deze techniek vergeleken met behandeling van chronische pijn in het algemeen24.
 
Manipulatietechnieken
Weer een heel ander soort pijnbehandeling vormen de manipulatie- of lichaamstechnieken zoals chiropractie en massagetherapie. Deze methoden behandelen lichamelijke structuren en systemen waaronder botten en gewrichten, weke delen (allerlei soorten lichaamsweefsel), circulatie en lymfesysteem. Ze werken vooral goed bij chronische pijn omdat therapeuten hun behandeling specifiek op de pati‘nt afstemmen.
Chiropractie - met name de speciale manipulatietechniek voor de wervelkolom (spinal manipulation therapy - SMT) is voor velen de behandeling van eerste keus bij chronische lagerugpijn. Uit onderzoek blijkt klinisch en statistisch dat dit grote voordelen heeft boven zowel placebobehandelingen als bedrust of 'kraken', wat zelfs schadelijk zou kunnen zijn25.

Bij tal van andere vormen van pijn wordt SMT ook gebruikt. Bij fibromyalgie, carpaletunnelsyndroom, migraine en menstruatiepijn blijkt het meer effect te hebben dan de gangbare behandeling op de handicaps en pijn9.
Bewijzen voor de voordelen van massagetherapie bij chronische pijn zijn er legio. In een recente uitgebreide beoordeling door de gerenommeerde Cochrane Collaboration bleek massage veruit superieur te zijn aan gewrichtsmobilisatie, ontspanningstherapie, fysiotherapie, acupunctuur en zelfzorgtechnieken voor lagerugpijn. Het positieve effect hield bovendien minimaal een jaar aan26. In ander onderzoek, bij patienten met chronische gemengde pijn, bleek massage net zo effectief als de standaardbehandeling maar na drie maanden was alleen in de massagegroep het effect nog steeds aanwijsbaar27.

Massage lijkt invloed te hebben op de hersenen, wat het pijnstillende effect zou kunnen verklaren. Misschien verhoogt massage het serotoninegehalte, wat naar men aanneemt het pijnbeheersingssysteem van het lichaam regelt. Een andere mogelijkheid is dat massage een diepe, herstellende slaap bevordert. Dit leidt tot minder 'substance-P' in het brein; dit laatste is een chemische stof die met pijn verband zou houden9.
 
Pijn: een nieuw paradigma

De bovengenoemde therapieën zijn slechts een selectie uit het enorme hedendaagse scala aan niet-medicamenteuze behandelingen voor chronische pijn. De zoektocht naar alternatieve behandelingen gaat bovendien nog steeds voort. Een grote stap in de goede richting is het feit dat men onderkent dat pijn niet altijd het gevolg is van een mechanisch voorval, een verwonding of een ander letsel. Pijn kan ook voortkomen uit een verstoorde biochemische, energetische – en zelfs emotionele – balans. Als dat het geval is wordt deze niet opgelost door meteen met de gebruikelijke pillen klaar te staan.
 
1 Pain, 2004; 112: 372-380
2 Exp Clin Psychopharmacol, 2008; 16: 405-416
3 Ann Rheum Dis, 2009; 68: 817-822
4 Pain Med, 2008; 9: 979-984
5 online: Pain Treatment Topics; 
6 Spine (Phila Pa 1976), 2003; 28: 117-119
7 Purves D. et al., eds. Neuroscience, 2nd edn. Sunderland, MA: Sinauer Association, 2001
8 Rev Med Suisse, 2009; 5: 1380-1382, 1384-1385
9 Int J Clin Exp Hypn, 2000; 48: 138-153
10 J Rehabil Res Dev, 2007; 44: 195-222
11 J Altern Complement Med, 2008; 14: 637-644
12 J Pain, 2008; 9: 841-888
13 Fam Community Health, 2008; 31: 204-212
14 Pain Med, 2007; 8: 359-375
15 Pain, 2007; 130: 157-165
16 Curr Opin Anaesthesiol, 2009; Jul 9: Epub ahead of print
17 J Clin Rheumatol, 2001; 7: 72-78
18 J Rehabil Res Dev, 2006; 43: 461-474
19 Ann Intern Med, 2005; 142: 651-663
20 J Altern Complement Med, 2009; 15: 613-618
21 MMW Fortschr Med, 2007; 149: 37-39
22 Anesth Analg, 2008; 106: 611-621
23 Complement Ther Med, 2003; 11: 159-164
24 J Pain, 2007; 8: 827-831
25 Cochrane Database Syst Rev, 2004; 1: CD000447
26 Cochrane Database Syst Rev, 2008; 4: CD001929
27 J Altern Complement Med, 2003; 9: 837-846
 
Gevaarlijke bijwerkingen
Opioïden staan bekend om de constipatie, misselijkheid en braken, het versuffende effect, de mentale problemen en de ademhalingsonderdrukking die ze veroorzaken. Erger nog, men kan voor deze medicijnen tolerantie ontwikkelen met lichamelijke afhankelijkheid en onthoudingsverschijnselen bij het stoppen als gevolg. De verslavingscijfers onder patiënten met niet aan kanker gerelateerde pijn lopen van 3 tot bijna 20 procent1.
Nog een type geneesmiddelen dat zorgen baart zijn de NSAID’s, de niet-steroïdale anti-inflammatoire medicijnen. Deze worden vooral voorgeschreven bij hoofdpijn, artritis en andere ontstekingsziekten. Jaarlijks slikken alleen al in de Verenigde Staten 60 miljoen mensen deze pillen. In 2007 werden deze in Nederland zo’n vijf miljoen keer voorgeschreven. Let wel: dit is nog afgezien van de vrije verkoop.
De grootste zorg is het risico voor de maag zoals een maagzweer, -perforatie of -bloeding.
Volgens schatting van de Amerikaanse Voedsel en Medicijnenautoriteit (Food and Drug Administration – FDA) geven ze bij twee op de vier Amerikanen bijwerkingen. Dit leidt tot 107.000 ziekenhuisopnames en ten minste 16.500 doden alleen al onder artritispatiënten2,3.
Recent werd ook een relatie gevonden tussen NSAID’s en ernstige hartaandoeningen waaronder hartaanval, pijn op de borst en TIA (transient ischemic attack of ‘miniberoerte’)4,5.
Zelfs het goede oude aspirientje (een van de minder zware NSAID’s) kan samengaan met zware bijwerkingen zoals een hersenbloeding – het soort beroerte dat veroorzaakt wordt door een gesprongen bloedvat waaruit bloed in de hersenen lekt6.
1 Drugs, 2003; 63: 17-32
2 Am J Med, 1998; 105: 31S-38S
3 Geriatr Nurs, 2001; 22: 118-119
4 Am J Cardiol, 2009; 103: 1227-1237
5 Clin Ther, 2006; 28: 1827-1836
6 Lancet, 2009; 373: 1849-1860
 
Voedingstoffen bij chronische pijn

• Vitamine D krijgen wij voornamelijk uit zonlicht. Omdat de meesten van ons te weinig zon krijgen is het advies van pijndeskundige Stewart Leavitt (onder supervisie van een erkend therapeut) dagelijks een supplement te nemen met 2000 IU vitamine D3 (cholecalciferol) plus een multivitamine die calcium en 400-800 IU vitamine D bevat (IU is een internationaal vastgestelde eenheid). Het maximale effect kan wel een maand of negen op zich laten wachten.
• Glucosamine en chondroitinesulfaat is in combinatie werkzaam gebleken bij ontstekingsziekten zoals osteoartritis van de knie1.
• Proteolytische enzymen zoals bromelaïne (een enzym uit de ananasplant) hebben pijnstillende eigenschappen die hun nut bij reumatische aandoeningen al hebben bewezen2.
• Aminozuren zoals D-fenylanaline en L-tryptofaan lijken de pijntolerantie bij mens en dier te verhogen3,4.
1 J Rehabil Res Dev, 2007; 44: 195-222
2 Wien Med Wochenschr, 1999; 149: 577-580
3 Prog Clin Bil Res, 1985; 192: 363-370
4 J Psychiatr Res, 1982-1983; 17: 181-186
 
Kruiden bij pijn
• Capsaïcine, een extract van de cayennepeper, kan allerlei vormen van chronische pijn verlichten als dit regelmatig op de huid wordt aangebracht. In één onderzoek bij chronische rugpijn gaf een capsaïcinepleister significant betere resultaten dan placebo1.
• Gember lijkt een pijnstillend en ontstekingsremmend effect te hebben2. In proefonderzoek naar pijnverlichting onder vrouwen met menstruatiepijn bleken gembersupplementen even goed te werken als het NSAID ibuprofen3.
• Duivelsklauw (Harpagophytum procumbens) kan helpen bij artritis en lagerugpijn. Wil dit kruid effectief zijn dan moet de dagelijkse dosis tenminste 50 mg van de werkzame stof harpagoside bevatten, zo bleek uit onderzoek4.
• Wilgenbast (Salix Alba) is in chemisch opzicht verwant aan aspirine. Het zou acute pijnstilling bieden bij lagerugpijn, maar wel kortdurend5.
1Arzneimittelforschung, 2001; 51: 896-903
2J Ethnopharmacol, 2005; 96: 207-210
3J Altern Complement Med, 2009; Feb 13: Epub ahead of print
4Orthopade, 2004; 33: 804-808
5Cochrane Database Syst Rev, 2006; 2: CD004504